Resistentie

Het is mogelijk dat de gevoeligheid van ziekten en plagen voor de middelen die hiertegen gebruikt worden, verminderd. Dit wordt ook wel resistentie genoemd. Een juiste en verantwoorde inzet van middelen is noodzakelijk om resistentievorming tegen te gaan. Denk daarbij aan het afwisselen en/of combineren van middelen.

De internationale gewasbeschermingsmiddelenindustrie heeft het FRAC opgericht, wat staat voor Fungicide Resistance Action Committee. Deze commissie, bestaande uit resistentiedeskundigen van de industrie, geeft richtlijnen uit die resistentievorming tegen fungiciden moeten voorkomen.
Op nationaal niveau zijn er groepen die de FRAC-richtlijnen vertalen naar de landelijke situatie. In Nederland is dat de FRAG, ofwel de Fungicide Resistance Action Group. Hierin zijn de overheid en de industrie vertegenwoordigd, te weten de registratiefunctionarissen van de individuele Nefyto-deelnemers, de Plantenziektenkundige Dienst (PD), toelatingsinstantie Ctgb en het praktijkonderzoek.

De groep komt bij elkaar als er aanleiding voor is, dus als er voor een bepaalde groep middelen resistentievorming dreigt. Er wordt dan, volgens de richtlijnen van de FRAC, een resistentieprogramma opgesteld. Er worden adviezen gegeven aan de betrokkenen, informatie op internet gezet en, indien nodig, worden boekjes of brochures uitgegeven.

Informatie over FRAC: zie www.frac.info.

FRAG-NL heeft richtlijnen opgesteld voor het management van fungicidenresistentie voor graanziekten en voor Phytophthora in aardappel.

De publicaties geven een samenvatting van de huidige kennis over risistentie-risico’s. Per ziekte wordt de stand van zaken besproken, alsmede de aanbevelingen voor een optimale inzet van de beschikbare groepen fungiciden gericht op het voorkomen van resistentie.