“Er zijn geen giftige materialen, er zijn alleen giftige doses.”
Bron: Paracelcus, één van de pioniers van de toxicologie, ongeveer vierhonderd jaar geleden.
Bij de toelating van een gewasbeschermingsmiddel wordt onderzocht of een middel invloed heeft op de gezondheid van de toepasser en de personen die in de gewassen werkzaamheden uitvoeren. Een middel wordt alleen toegelaten indien het geen schadelijke uitwerking heeft op de gezondheid van de mens.
Re-entry
De Arbeidsomstandighedenwet schrijft voor dat de werkgever een Risico-inventarisatie en –Evaluatie (RI&E) opstelt waar hij / zij de gezondheidsrisico’s onderzoekt en geschikte maatregelen ter voorkoming van gezondheidsschade vaststelt. Deze verplichting geldt ook in de land- en tuinbouw voor de blootsstelling aan gewasbeschermingsmiddelen, bijvoorbeeld bij herbetreding van met gewasbeschermingsmiddelen behandelde ruimten, gewashandelingen, oogsten etc. Nefyto is van mening dat de ondernemer en werknemer in de land- en tuinbouw de “geschikte maatregelen” moet kunnen vinden op het etiket van de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen.
In die gevallen waarbij het Ctgb de beoordeling op re-entry nog niet heeft afgerond, streeft Nefyto ernaar om op basis van de Ctgb-beoordelingssystematiek en van actuele dossiers op vrijwillige basis de gewenste informatie voor re-entry beschikbaar te krijgen. In 2006 is dat bijvoorbeeld gebeurd voor de glastuinbouw. In 2007 zijn de open teelten aan de beurt.