De Nederlandse appelteelt beschikt momenteel over twee gewasbeschermingsmiddelen om bloedluis te bestrijden. Als de plannen van het Europees Parlement doorgaan, valt het meest effectieve middel van die twee weg. Dat is ook nog eens een middel dat de natuurlijke vijanden van de bloedluis ontziet. "Geïntegreerd bestrijden wordt eigenlijk onmogelijk met zo'n smal middelenpakket", zegt fruitteler Wim Tijssen uit Bergharen.
Natuurlijke vijanden
"Zonder de hulp van natuurlijke vijanden kan ik geen goede gewasbescherming doen", weet Wim Tijssen. "Ik moet er niet aan denken dat ik het zonder natuurlijke vijanden moet stellen. Denk bijvoorbeeld aan de oorworm en sluipwesp, die mij helpen om bloedluis te bestrijden."
Vrijwel alle Nederlandse fruittelers telen geïntegreerd. Ook Wim Tijssen. Samen met zijn twee broers voert hij op drie locaties rond Nijmegen een fruitteeltbedrijf: in Bergharen, Oosterhout en Batenburg. Samen goed voor 43 hectare boomgaard. Het areaal beslaat zo'n 80 procent appel (Elstar, Jonagold en het nieuwe ras Kanzi) en 20 procent peer (Conference).
De fruitteelt kampt al jaren met een steeds smaller wordend middelenpakket. Als de plannen van het Europees Parlement doorgaan, wordt dat pakket nog smaller. "Voor sommige ziekten en plagen wordt het pakket zo smal, dat resistentieproblemen onvermijdelijk zijn", zegt Jan van Mourik, adviseur bij de Centrale Adviesdienst Fruitteelt. Het LEI heeft bovendien becijferd dat rendabele fruitteelt in Nederland niet meer haalbaar is, als de plannen van het Europees Parlement doorgang vinden.
Bloedluis hardnekkig probleem
We zoomen in op één van de plagen waar Wim Tijssen als fruitteler veel mee te maken heeft. Dat is de bloedluis. Deze luis zuigt aan het hout en maakt de boom steeds zwakker. De bloei gaat achteruit en daarmee ook de productie van appels. Ook worden de vruchten beschadigd en bevuild door de bloedluis. Met twaalf generaties per seizoen plant de bloedluis zich in een razend tempo voort.
"De laatste tien jaar is de bloedluis een hardnekkig probleem", vertelt Wim Tijssen. "We hadden er een effectief gewasbeschermingsmiddel voor, maar dat is weggevallen. Met de twee overblijvende middelen kan ik het net redden. Tot nu toe valt het probleem bij jonge bomen mee, maar bij bomen ouder dan vijf jaar wordt het echt een lastig probleem."
In dat opzicht zijn de ontwikkelingen zorgelijk, weet adviseur Jan van Mourik. "Ook de kwekers van vruchtbomen hebben steeds meer last van bloedluis. Dat betekent dat er ook al bloedluis zit op het uitgangsmateriaal, waardoor bloedluis zich ook steeds meer bij jonge bomen zal manifesteren."
Slechts twee middelen
Voor de bestrijding van bloedluis tijdens de bloei en in de zomer beschikt de appelteler over slechts twee chemische gewasbeschermingsmiddelen. "En van die twee is de één beduidend effectiever dan de ander", vindt Wim Tijssen. "Maar zelfs met het meest effectieve middel krijg je maar 50 tot 80 prcocent van de bloedluis weg. Resistentie speelt hierbij vast een rol, want als je maar twee middelen hebt zijn resistentieproblemen onvermijdelijk. Dat betekent dat je moet afwisselen met middelen die een stuk minder effectief zijn."
In het scenario van het Europees Parlement valt het meeste effectieve van de twee middelen in kwestie weg. "En dat is ook nog eens een middel dat onschadelijk is voor sluipwespen en oorwormen, de natuurlijke vijanden van de bloedluis", weet Wim Tijssen.
Geïntegreerde gewasbescherming
Net als zijn collega-fruittelers staat Wim Tijssen positief tegenover geïntegreerde gewasbescherming. Hij heeft er ook goede ervaringen mee. "Zo is destijds het uitzetten van roofmijt tegen spint een gouden greep geweest. Vóór die tijd was spint bijna niet meer te bestrijden. De roofmijt doet zijn werk zo goed, dat we nauwelijks meer hoeven te spuiten tegen spint."
Het werken met natuurlijke vijanden is voor een open teelt als de fruitteelt lastiger dan voor de glastuinbouw. "Je moet hopen dat ze willen komen en willen blijven", aldus Wim Tijssen. "Het risico is altijd aanwezig dat ze uitwijken naar een gebied waar meer prooi zit."
Maar met alleen natuurlijke vijanden red je het niet, weet Wim Tijssen. "Je hebt ook chemische middelen nodig. Maar dan wel het liefst middelen die de natuurlijke vijanden ontzien. Dat betekent dat je voor geïntegreerd telen een breed pakket smalwerkende middelen nodig hebt. In dat opzicht zijn de huidige ontwikkelingen zeer zorgelijk."